Het bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is een juridisch bindend document voor zowel de overheid als burgers en bedrijven. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en de bouwmogelijkheden vastgelegd voor een gebied.

In een bestemmingsplan staan regels voor bijvoorbeeld woningbouw, verkeer, welke activiteiten mogen plaatsvinden en groen. Het plan regelt waar en wat gebouwd of aangelegd mag worden, welk gebruik is toegestaan en wat de toekomstige ontwikkeling is.

Algemeen
Gemeenten zijn verplicht voor hun gehele grondgebied te beschikken over actuele bestemmingsplannen. Deze mogen niet ouder zijn dan 10 jaar.

De voorbereiding van het bestemmingsplan is een taak van burgemeester en wethouders, de vaststelling is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

Drie onderdelen
Het bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen:
• Toelichting
• Verbeelding (vroeger plankaart)
• Regels

De verbeelding en regels zijn het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

Toelichting
De toelichting vormt de goede ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt ingegaan op het doel van het bestemmingsplan, het relevante beleid, een beschrijving van het plangebied / de planontwikkeling, de relevante omgevingsaspecten (m.e.r., geluid, lucht, externe veiligheid, bodem, flora en fauna, water, archeologie, etc.) en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Ook bevat de toelichting een uitleg van de regels. Meer informatie over de verschillende milieuaspecten en het bestemmingsplan is opgenomen vindt u onder “Omgevingsthema’s” onder dossier Ruimte.

Verbeelding
De verbeelding is een digitale kaart opgebouwd uit (dubbel)bestemmingen (in kleurvlakken) en aanduidingen. De verbeelding moet voldoen aan de landelijke standaarden (SVBP). In deze standaarden zijn afspraken vastgelegd over standaardbestemmingen en de weergave van bestemmingen en aanduidingen (zoals kleurgebruik, lijnen/vlakken, etc.).

Bestemmingen
Het gehele plangebied moet bedekt zijn met bestemmingen, zoals bijvoorbeeld agrarisch, bedrijf, wonen of sport. Dit is een grove indeling waarbij onder elke bestemming weer verschillende functies en/of gebruiksdoelen vallen.
De bestemming wordt voornamelijk ingegeven door de gewenste mogelijkheden in het plan met als randvoorwaarde een goede ruimtelijke ordening. Deels wordt de ordening van de bestemmingen ook door specifieke wettelijke kaders bepaald. Voorbeelden hiervan zijn:

Bescherming bepaalde gebieden moet plaatsvinden via het bestemmingsplan, zoals natuurgebieden of primaire waterkeringen.
Aanhouden minimale afstanden tussen gevoelige bestemmingen en hinderbronnen. Vanuit het toetsingskader van de Wet geluidhinder of externe veiligheid kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om op een minimale afstand van een weg te bouwen.

Dubbelbestemmingen
Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Voorbeelden hiervan zijn de dubbelbestemmingen Waarde-archeologie, Waterstaat-waterkering en Leiding-hoogspanning. Met de dubbelbestemming wordt een zone op de verbeelding aangegeven waar beperkingen gelden voor bijvoorbeeld het gebruik of de bouwmogelijkheden.

Aanduidingen
Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties voor het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Er zijn de volgende aanduidingen te onderscheiden, gebiedsaanduidingen (veelal zones), functieaanduidingen, bouwvlakken, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen en figuren.

Binnen de bestemming Bedrijf kunnen bijvoorbeeld maximale categorieën worden vastgelegd met een aanduiding. Bij het bestemmingsplan wordt dan een Lijst van bedrijfsactiviteiten opgenomen, waaruit blijkt welke bedrijven binnen welke categorie vallen. Vaak wordt hierbij gebruik gemaakt van de VNG-lijst. Sommigen gemeenten hebben hun eigen bedrijvenlijst. Deze bedrijvenlijst is een bijlage bij de regels.

Regels
De structuur van de regels van bestemmingsplannen moet voldoen aan de landelijke standaarden: SVBP (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen). Hierin is een standaardopzet voor de regels bepaald:

• Hoofdstuk 1 Inleidende regels
• Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
• Hoofdstuk 3 Algemene regels
• Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Hoofstuk 1
Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en wijze van meten.

Hoofdstuk 2
In hoofdstuk 2 wordt aangegeven wat de specifieke invulling van de bestemmingen op de verbeelding voor dit plan precies inhoudt. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven welke functies (doeleinden) zijn toegestaan, zoals wonen, bedrijven, groen, etc. Ook wordt aangegeven of er gebouwd mag worden en als dit het geval is tot welke bouwhoogte en met welke oppervlakte of bebouwingpercentage.

Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3 bevat bijvoorbeeld algemene regels die gelden voor alle bestemmingen uit het plan. Hierin zijn bijvoorbeeld algemene gebruiksregels opgenomen. Ook hierin is vaak geregeld dat er 10% afgeweken mag worden van de in het bestemmingsplan opgenomen maten, afmetingen en percentages (onder bepaalde voorwaarden). Afwijkingsregels die specifiek gelden voor een bepaalde bestemming worden in het algemeen onder het desbetreffende artikel in hoofdstuk 2 opgenomen.
Status Bestemmingsplan

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *